|
donderdagavond 22 oktober 2009 || Darwin en God - Over leven en scheppingsverhalen In de Wereld SP organiseert samen met de WUR en de Bblthk in het Darwinjaar een avond over Darwin en God. Dr. Hans Helder, microbioloog en onderzoeker en ds.Gerke van Hiele, theoloog en studentenpastor gaan met elkaar en met de zaal in gesprek over de fascinerende wereld van evolutie en scheppingsverhalen. Waar gaan deze verhalen over en wat is leven eigenlijk? Kijken we hier strikt biologisch naar of is er ook ruimte voor reflectie op zinvol leven? Een avond over proza en poëzie, en de eigen waarde van wetenschap en levensbeschouwing.
Geachte aanwezigen,
Fascinerend verhaal wat we zonet hoorden! Dat de wetenschap zo diep is doorgedrongen in de natuur. Daar kan je eigenlijk niet anders van dan onder de indruk zijn. Fascinerend ook dat dit ene schepsel des Heren, Charles Darwin daar gedurende zijn reis met de ‘Beagle’ de ogen voor zijn opengegaan. De Beagle vaart weer en wat zou ik graag mee willen en met een aantal andere mensen ook een aflevering verzorgen. Afgelopen zondag iets gemist! Iets aanreiken over de waarde van religie en levensbeschouwing juist vanwege de kwetsbare ecosystemen waarin wij als mensen leven.
Vanavond spreken we over Darwin en/ of God en met die titel hebben we u weten te verleiden bij dit debat vanavond aanwezig te zijn. Lat ik meteen zeggen dat ik hier niet sta om een ‘creationistische‘ of ‘intelligent design’ positie te verdedigen. In dat kamp voel ik me niet thuis en misschien is een thema als Darwin of God wel een valse tegenstelling, maar dan wel een die ons helpt om een aantal dingen helder te krijgen. Het eerste wat ik zou willen zeggen is dat de theologie in de afgelopen eeuwen bijzonder onbescheiden is geweest, zo niet onverdraagzaam als het ging om het monopolie op de verklaring van de wereld. Er was maar één interpretatie van de wereld en daarmee diende iedereen het te doen. Hier van afwijken was levensgevaarlijk. Dat was al zo in de dagen van Copernicus en Galilei, en nog niet veel anders in de dagen van Darwin, waar bij de eerste presentatie van Darwins werk, On the origin of species, in Oxford, 30 juni 1860 een historisch debat gevoerd werd (Volzin, februari 2009) tussen de bioloog Thomas Huxley en de bisschop van Oxford. Dankzij de bisschop haalt de discussie een niet al te hoog niveau , maar naar verluidt vraagt deze aan Huxley of hij liever van vaders- of van moederskant van de apen wil afstammen. Huxley antwoordt dat hij liever verwant is aan een aap dan aan iemand die zijn talenten ervoor inzet om met retorische en religieuze vooringenomenheid een belangrijk wetenschappelijk debat belachelijk te maken.
Deze interactie tekent wel heel scherp de eerste fase van het conflict tussen geloof en wetenschap van de laatste honderd jaar. Dit is de fase van het conflict. De theologie had het monopolie, de hegemonie, maar wordt hier voortdurend op aangevallen, en dat leidt tot een verbeten verdediging. Het lijkt er op dat de theologie steeds meer terrein verliest en het beeld van de haai die de ene ‘christelijke vis’ na de andere opslokt geeft dit helder en duidelijk weer.
De tweede fase Voor sommigen was dit vooral een gelopen race. Het geloof zou steeds meer terrein gaan verliezen en de wetenschap zou het alleenrecht op gaan eisen als het gaat om interpretatie van wereld en werkelijkheid. Soms met dezelfde hautaine houding tegen iedere licht achterlijke mensenkind dat er nog andere gedachten op na zou houden. Dat is meelijwekkend net als de twee Staphorster meisjes die in mijn brugklas het lokaal verlieten toen de docente over oersoep en evolutie vertelde.
Tegelijk zit er ook grote winst in deze harde confrontatie! Naast het steeds weer oplaaiende debat tussen creationisten en wetenschappers, leidde dit her en de namelijk tot de tweede fase in de verhouding tussen geloof en wetenschap. De fase van de boedelscheiding. De ontdekking dus dat het in wetenschap en theologie om heel andere dingen ging. De ontdekking van het eigene van ieders paradigma. Een ruw ontwaken maar nu wel met nieuwe en tintelende perspectieven. Religie (openbaring) is met andere dingen bezig dan wetenschap ( het empirische). Het metaforische, het beeldende en poëtische is heel wat anders dan het mathemathische. Wetenschap is druk met ‘zijn’, religie met ‘zin’. Ik wil als voorbeeld hiervan het slot van een herfstgedicht van Vasalis lezen:
Herfst
Zo, aan de rand van het nog niet en niet meer zijn En van het tomeloze leven, Voel ik voor ’t eerst in zijn volledigheid En aan den lijve het vol-ledig zijn: Een orde, waarin ruimte voor de chaos is, En voel de vrijheid van een grote liefde, Die plaats voor wanhoop laat en twijfel en gemis.
Het is herfst, heerlijk ecologische biologisch herfst, heerlijk, vallende bladeren, wind en water, allemaal te analyseren en te verklaren, op kweek te zetten, de genen van te modificeren, de kastanjes te veredelen, de hydrotechniek te perfectioneren, maar er is ineens ook een andere ruimte, een andere taal, van ervaren en beleven, van bespiegeling en inzicht, van wakker worden, van iets proeven van een geheim, van een vrijheid die ruimte laat voor wanhoop, twijfel en gemis.
Voor de wetenschap was het een ontdekking dat er ook die andere ruimte is, d,w,z, dat zij zich bewust werden en worden dat ook zij volgens een bepaald raamwerk te werk gaan, en daar ook vooronderstellingen aan ten grondslag liggen en dat dit ook maakt dat zij op bepaalde vragen geen antwoord kunnen geven. Je ziet God niet als je in Hans zijn microscoop kijkt.
Voor de theologie was het een openbaring om de eigenheid van de scheppingsverhalen te gaan ontdekken. Niet zo Polygoonjournaal-achtig, eerst schepping, dan bijbelse geschiedenis, dan Vaderlandse geschiedenis. Zo heb ik het op school nog gehad en het onderscheid was nauwelijks aan te geven, maar één geheel.
Over de scheppingsverhalen Maar die verhalen over de schepping dat zijn heel andersoortige verhalen. Die gaan niet zozeer over het feit dat er eerst niets was en toen iets. Niet over schepping uit het niets, maar over toekomst en leven na dat deze toekomst en dit leven volstrekt en dan ook volstrekt onvanzelfsprekend is geworden. Bijbels gesproken zijn de scheppingsverhalen ( mv) jonge verhalen die hun eigenlijke vorm hebben gekregen in de tijd van de babylonische ballingschap, zo’n 2500 jaar geleden. In deze verlies situatie van joodse ballingen van tempel, huis en haard, is een diepgaande en vruchtbare bezinning op gang gekomen over wat er nou toch zo vreselijk is misgegaan en wat eigenlijk wel de bedoeling was en waar wij als mensen diepgaand en langdurig voor uit moeten kijken.!
Zou het oude verhaal van Uittocht en bevrijding hebben afgedaan? Zouden zij ooit nog terugkeren? Zou er nog een touw vast te knopen zijn aan hun lotgevallen? Wat is nu wezenlijk of heeft de Eeuwige zijn handen van hen afgetrokken? Of zou er nog een weg terug kunnen zijn hier op aarde onder de hemel?
Met die vragen in hun hart luisterden de eerste luisteraars. Voor hen was dat eerste scheppingsverhaal met die zeven dagen eigenlijk een Paaslied, dat een weg wijst door het donker naar het licht. Alles loopt uit op de zevende dag, op sabbat en sjaloom. Door het donker naar het licht. In jet jodendom ziet de dag er zo uit, begint ’s avonds, zo ziet de week er uit en zo de geschiedenis van de wereld. Telkens, dagelijks, wekelijks door het donker naar het licht. Daarom heb ik ook deze sabbathskandelaars meegenomen, die staan in het kerkje aan de Arboretumlaan waar ik werk, iedere zondag op tafel.
We zetten niet een microscoop op de tafel, Een aantal heeft daar al genoeg in gekeken die week. Dat is het proza van hun leven, hard werken, onderzoek doen, veilig en gezond voedsel in een duurzame wereld, high-tech, Wageningen maakt het verschil, we dragen een steentje bij door onderzoek, research, projecten, scholing, Aio’s en Ph D studenten. Grote vragen, grote problemen.
Zondag zetten we de kandelaars op tafel. Grote vragen, grote problemen, om hopeloos en somber van te worden. We zingen een lied, vieren het licht, hoop en toekomst en doen zo wat met onze angst voor de ondergang, verlies en de vruchteloosheid. We lezen zo’n verhaal , het is, met een beeld ‘als een loopplank over de kuil van de existentie’.
Om maar te zeggen: Wees niet bang, maar denk er om, het doet er toe wat je doet, het maakt uit waar jij je opricht, wat je doet en wat je laat en zo schildert het oude boek in verhalen van schepping en Hof van Eden, van Adam en Eva, Kain en Abel, Noach en Babel dat het er op aan komt in de juiste verhouding te leven. In verhouding tot God en tot je medemens. Je moet niet denken helemaal eigen baas te zijn, alles zelf uit maken en zonder de ander te leven. Daar gaat het om van af het begin. Zingeving en ethiek. Steeds opnieuw. Prachtige verhalen als je ze zo leert beluisteren. Het gaat over leven, maar dan over echt en menselijk leven, meer dan het biologische’. Leven is in de bijbel een kwaliteitsbegrip.
Dialoog, geloof en wetenschap Zo beluisterd en opnieuw ontdekt, kan de derde fase in de dialoog tussen geloof en wetenschap beginnen. Dat gaat een stuk beter als je zicht hebt gekregen op je eigenheid en bescheidenheid.
Voor wetenschappers en gelovigen is er de verwondering. over wat is, die rijkdom van leven, complexiteit etc. De wetenschapper ontrafelt en brengt in kaart en verklaart. De gelovige ervaart een appèl, voorvoelt een geheim, weet zich aangesproken en verantwoordelijk, en wil daar op 'antwoorden'.
Sommige mensen hebben daar geen behoefte aan, anderen wel, en wie weet wordt daar ook nog eens het ‘gen’ van ontdekt, en wie weet heeft de Eeuwige ook deze variatie aangebracht temidden van alle veelkeurigheid van leven en samenleven, van mensen, volken en culturen, opdat wij elkaar leren verstaan.
Ik vind het indrukwekkend wat de wetenschap presteert, maar het is ook de helft van het verhaal als het gaat over de ‘werkelijkheid’ van ons leven en onze wereld. Ik kan echter niet uit de voeten met alleen toeval en willekeur en survival of the fittest. Dat is er , dat is er allemaal, maar ik kan niet zonder dat beeld, zonder dat vermoeden van vonken van licht en inspiratie en creativiteit. Het joodse idee van Roeach, geestkracht, scheppingskracht. De vogel (van Magritte) boven de wateren die nieuwe wegen wijst.
Dat lijkt me een goed gesprek waard. Want wat is leven eigenlijk? Hoe beperkt is het niet hoe we naar de dingen kijken? Natuurwetten, wetmatigheden, feitelijkheid en interpretatie. Wat wil je zien en wat niet? Oogkleppen? Tunnelvisie, superspecialismen, deelgebieden. Levensbeschouwing en ethiek, religie en geloof kunnen spirit aan ons leven geven, ons inzicht, en energie verschaffen om ons leven te leven en ons steentje te blijven bijdragen.
Gerke van Hiele |