Home arrow Actueel arrow Overdenkingen arrow Over Judas Iskariot
Over Judas Iskariot PDF Afdrukken E-mail

14 februari 2010 | Over Judas Iskariot n.a.v. Mt 26 en 27: 1-5 over zilverlingen en spijt.

Geen ouder die zijn kind Judas zou noemen. Hij is degene van de twaalf discipelen die niet vernoemd is, maar verdoemd is. Voor velen is hij intuïtief de belichaming van alle kwaad. In onze taal zie je dit terug in woorden als judassen judasstreken, judasrollen en judaskussen en natuurlijk niet te vergeten de judaspenningen. Allemaal woorden met vileine trekken, treiterig, gluiperig en pesterig. Een judas is een rotzak. Zo’n rotzak waar je trouwens al je eigen negatieve gevoelens goed op kwijt kan, je boosheid, je haat, je onmacht.

Nu is het allereerst interessant om te merken dat de vier evangelisten met Judas verschillend omgaan. Marcus is het meest neutraal. Bij Matteus komt het al wat scherper te liggen, hij bericht ook over Judas zelfmoord, Lucas laat de satan in hem varen en bij Johannes wordt Judas de contrastfiguur in een kosmisch drama van licht en duisternis. Judas is daar gitzwart zonder ook maar een krijtstreepje, de frauderende boekhouder van de Jesus company en die stal uit de kas.

Het hoeft ons ook niet te verbazen dat na zoveel zwartheid er ook een andere kant is belicht en wel in het gnostische Judasevangelie van ca. 180 na Christus. Die tekst is pas in de jaren 70 van de vorige eeuw gevonden en maakt Judas van een zwart schaap in een witte raaf die een cruciale ( pun intended) rol speelt en die zichzelf opoffert door de onechte d.i. aardse Jezus op te offeren. Hier heeft Judas een warme en intieme band met Jezus. Dat is denk ik iets teveel van het goede, maar bent u nieuwsgierig, we lezen die tekst dinsdagmorgen a.s. op de Bijbelcursus, om 9.30, je zou er een snipperdag voor kunnen nemen! De link staat vanavond ook op de site: http://www.skandalon.nl/userfiles/file/27_Judas.pdf.

Dan zijn er natuurlijk de zilverlingen, dertig stuks, in de Torah (Ex 21, 32) is het de vergoeding voor de dood van een slaaf. In dit beeld van de zilverlingen, kun je ook iets proeven van de zuigkracht van het geld. Geld trekt aan je en kan je ook heel gemakkelijk een kant optrekken waar je eigenlijk niet heen wilt. Geld appelleert heel gauw aan minder goede dingen in onszelf: hebzucht, jaloezie, snobisme, ruzies gaan toch ook vaak over geld. Wie zich teveel met geld inlaat, verkoopt vroeg of laat zijn ziel (Jurjen Beumer). Raakt in de ban van het rendement en verleert het delen. Dat mensen zo chagrijnig worden van alle die bankiers en hun bonussen zegt ook iets over henzelf, als ik zo vrijpostig mag zijn om dit even op te merken? Ook in ieder geval 1/12 van ons is zwart en daar kunnen we ons maar beter bewust van zijn.

Ik zou toch een goed woordje willen doen voor Judas. Ik vind het een drama. Ik ben ervan overtuigd dat Jezus als hij deze afloop nog gehoord heeft voor zijn eigen einde, dat hij met diep mededogen aan hem gedacht heeft. Zo naar, zo enthousiast eerst, zo gegrepen door de gedachte aan een nieuw begin, aan revolutie, aan het einde van de Romeinse bezetting, zo ontgoocheld over hoe het liep, zo stuk liep op het zo anders zijn, het zo ‘alles andersom’ van deze rabbi van Nazareth. Was hij van de leerlingen niet het meest bang dat het gruwelijk uit de hand zou lopen? Heeft dat gemaakt dat hij Jezus uiteindelijk toch aangegeven heeft bij de religieuze autoriteiten? Tot zijn verbijstering moest ontdekken dat er ineens een heel ander script werd gevolgd en een heel andere niet te stuiten dynamiek op gang kwam?

Wat moet dat zijn geweest die laatste ontmoeting vlak voor de arrestatie, dat hij daar heen loopt en zijn meester een kus geeft en dat die dan tegen je zegt: ‘Vriend, ben je daarvoor gekomen?’….. Jezus zegt niet: ‘jij rotzak, ik ben helemaal klaar met je, ik heb het helemaal gehad’…..  Wij zijn wel eens wat te vroeg klaar met elkaar, zo ongeduldig met wat zich maar voordoet en niet gaat zoals wij het graag zien of willen.

Maar Jezus verbindt zich in dat ene ontzagwekkende zinnetje nog steeds met Judas, spreekt hem aan op wie hij zijn kan, op zijn toekomst, ook daar is er die ruimte die alleen onvoorwaardelijke liefde scheppen kan.

Hoe moet Judas dan verder? Met die spijt die hem door merg en been gaat. Die wroeging die zijn hart verwondt, die hem zijn handen doet verwringen in machteloze ellende. En dan in zijn oren nog die woorden: ‘Vriend, ben je daarvoor gekomen?’

En dan gebeurt er wat, en daarin verschilt hij van vele andere mensen toen en nu – hij ziet zijn fout in en probeert op een ‘schone’ manier weer van zijn zilverlingen af te komen. Dat probeert hij, maar hij vindt geen gehoor en komt bedrogen uit. Met jou hebben we niks te maken, krijgt ie te horen.

Hij weet dat hij gezondigd heeft, dat hij onschuldig bloed heeft verraden. En nu las ik ergens, ( met dank aan Joke van der Velden) en dat geef ik graag door, dat dit beladen werkwoord ’zondigen’ niet komt uit specifiek godsdienstige sferen. Het werd gebruikt in de sport, bij het boogschieten. Wanneer de pijl niet in de roos terecht kwam dan was dat zonde – dan was het doel gemist. Judas erkent dat hij met zijn manier van leven zijn doel gemist heeft. Is hij daarvoor op aarde gekomen? Is dat de bestemming van zijn leven? In plaats van Jezus, zijn weg en zijn waarheid door te vertellen en door te geven, leverde hij hem uit. Uiteindelijk is er in zijn ogen maar een manier om daar een einde aan te maken door er letterlijk een einde aan te maken.

Dat is heel naar, dat is eigenlijk altijd ook heel naar. Dat had niet gehoeven, hij had ons vanuit deze ingrijpende ervaringen in de omgang met geld en mensen nog zoveel kunnen leren. Over spijt en daar ook echt wat mee doen. Wij denken soms dat spijt vooral een naar gevoel is, maar spijt is een goddelijke impuls, iets wat je in gang wil zetten om niet weg te blijven lopen, weg te kijken, je af te keren, straatje om te gaan, te vluchten. Weg te klikken, weg te drinken, te verdoven, te minimaliseren en soms vlakje toch maar sorry voor te zeggen.

Maar wij komen niet van Judas af. Wij hebben hem altijd bij ons, dragen hem met ons mee. Hij is ook deel van ons leven, met zijn kracht, zijn donkerheid , zijn berouw en zijn vertwijfeling die geen uitweg meer ziet. Judas is een donkere herinnering waar je terecht kunt komen als je wegloopt bij de beweging van recht en vrede en er niets rest dan duister noodlot in een genadeloze wereld. Een tragische figuur in het drama van die ene koning die leefde als God op aarde (N.B. nadrukkelijk niet in Frankrijk!)

Wij weten nu ook en juist dankzij Judas dat we elke dag opnieuw mogen beginnen. Dat er een nieuw perspectief kan groeien na schuld en berouw, dat we hoe dan ook van God zijn en blijven, en niet uit zijn handen vallen, Judas niet en ook wij niet. Dat is het evangelie: God is nooit klaar met ons. Amen

Gerke van Hiele


Gebeden

Gij ... God van mensen,
Mensen in hun veelkleurigheid
Hun dwaasheid, hun drukte
hun droefheid

De trekkracht van het goede
Het is er
De zuigkracht van het kwaad
we weten er van,
Het kwaad-
hoe het kruipt en sluipt
Plaats inneemt
verwarring sticht
ons ‘zelf’ verdeelt

Het rijk van de liefde de vrede
De weg van andersom,
het vraagt wat van ons
Vaak niet op onze maat,
En niet op onze tijd

Daarom bidden wij
Dat we steeds weer de ruimte weten te vinden,
De stilte zoeken

Om zicht te verzamelen
Op ons leven,
Op onze kinderen,
onze ouders
Opdat  we ze blijven  hoeden
En bewaren

We bidden 
Dat we ruimte vinden
De stilte zoeken
Om ons telkens weer af te stemmen
Op wat werkelijk van waarde is 

Dat  uw stille  stem ons sterkt
lef en tegenkracht biedt
Nuchterheid en mildheid schenkt
   
In stilte bidden wij voor onszelf
en voor hen die ons aan het hart gaan.

Amen

Laatste update op ( zondag 14 februari 2010 )