Home arrow Actueel arrow Overdenkingen arrow Over Simon Petrus
Over Simon Petrus PDF Afdrukken E-mail

28 februari 2010 | Over Simon Petrus. Over zelfinzicht (Mt 26:31-35, 69-75)

Eerst een goed woordje voor de haan in dit verhaal. De haan deed niks verkeerd! De haan kraaide op die morgen, was wakker bij het ochtendgloren van wat een lange en zwarte vrijdag zou worden. Dat lag dus niet aan die haan. Dat die dag ooit nog Goede vrijdag genoemd zou worden is interpretatie achteraf en wat ik maar noem voortschrijdend inzicht van veel latere datum.

Petrus zelf is een stuk minder wakker. Hij heeft wel die drie keer nodig. Het is aangrijpend hoe het evangelie in korte scènes het proces van verwijdering tussen Petrus en Jezus schildert. Terwijl Jezus binnen wordt verhoord door Kajafas, bevindt Petrus zich – op een afstand – op de binnenplaats tussen de knechten en warmt zich bij het vuur. Een dienstmeisje spreekt hem aan, maar Petrus houdt zich op de vlakte en ontkent. Het is ook link om er voor uit te komen dat je hoort bij die beweging van de man van Nazareth en voor veel van de eerste hoorders van dit verhaal was vervolging de bittere werkelijkheid.

Petrus voelt zich niet meer op zijn gemak en gaat richting poortgebouw. Weer wordt hij aangesproken, nu door een andere slavin. Opnieuw een ontkenning en nu vallen er grote woorden. Tenslotte komen de omstanders erbij en bepalen hem ook bij zijn Galileese accent. Zijn praat verraadt hem.

Petrus was een noorderling. Ik kom niet uit het noorden hoor! Je kunt de groeiende paniek voelen, nog een ontkenning: ik ken die man niet. En toen kraaide de haan. Dan breekt Petrus. Hij gaat naar buiten en weent bittere tranen. Hij herinnert zich wat Jezus tegen hem gezegd had. Voor dat er een haan kraait…

Marcus is trouwens de enige evangelist die de haan tweemaal laat kraaien. Zijn haan kraait al een keer na de eerste ontkenning van Petrus. Het lijkt net alsof daar Petrus die haan niet hoort. Dat komt blijkbaar niet bij hem binnen, wordt niet door zijn trommelvlies opgevangen. It does not ring a bell.

Hij doet daar een beetje denken aan die man die al door drie rode stoplichten is gereden en tot zijn verbazing ineens de afgrond voor zich ziet opdoemen en met gierende remmen helaas niet meer op tijd tot stilstand komt. Te laat. Einde oefening. Niet meer te keren.

Daar kunnen we wat van herkennen. Hoe dat werkt, hoe geleidelijk dat soms gaat, zo’n proces van verwijdering,van afstand nemen, dat begint met je op de vlakte houden en je niet laten kennen op zoveel momenten in je leven. Soms geeft dat niet, er kraait geen haan naar, zeggen we dan, hopen we dan, denken we dan. We koesteren ons soms liever in de illusie dat je er wel mee weg komt en dat wat we doen en laten geen consequenties heeft. Soms is dat ook zo, maar vaak ook niet.

Petrus is zich dat eerst niet bewust. Die onstuimige, toegewijde en impulsieve man kan zich dat helemaal niet voorstellen dat hij dit zou doen, dat hij dit zou hebben gedaan, dat dit tot zijn mogelijkheden zou behoren. Verloochenen, ik, ik? Zoiets wel weten, noemen we zelfkennis en Petrus net als alle andere mensen hebben dat maar met mate, slechts ten dele, en het is ook nooit af.

En zelf kennis verkrijgen is niet een fijn proces, omdat het niet zonder zelfonthulling kan. Daar hoor ik maar zelden iemand iets over vertellen. Zelfontplooiing, daar staan de tijdschriften vol mee, go with the flow, volg je intuïtie en het ware inzicht volgt vanzelf. Ik ben daar niet zo zeker van. Best leuk hoor zo’n jaarabonnement op Happinez , en zo’n cursus , prima, of een zweethut, vast goed om te doen en zo warm was het hier de laatste maanden trouwens niet?!

Maar dit wat Petrus overkomt hakt er in. Hij moet tot zijn schande ontdekken dat hij niet langer is wie hij denkt dat hij is, hij is niet langer wie hij graag zou willen zijn, het gaat hem dagen, er valt licht op wie hij ook is, op wat hij gedaan heeft, op wat hij zich niet bewust was, omdat hij er nog nooit op aangesproken is. Petrus zit niet in dat rode kamerprogramma van de KRO zich van alles bewust te worden. Ook goed, maar hij worstelt met de ontdekking dat in zo’n geheel andere situatie, er wat anders bij hem boven komt en zich laat gelden. Angst en lafheid en overlevingsdrang.

We ontdekken niet zomaar wie we echt zijn.  We zien wel anderen en hebben daar soms onbarmhartige oordelen over en weten precies wat er bij die ander zogenaamd aan schort. Allemaal splinter en balk varianten. Wat je wel ziet en wat je niet ziet. Soms denk ik wel eens, hoe slechter we onszelf kennen, des te onbarmhartiger ons oordeel. Omdat we geen verbinding meer voelen met die ander en met wie wij ook zijn.

Vaak heb je een ander nodig voor die zelfonthulling die tot zelfkennis leidt. Iemand die wat tegen je zegt, iemand die je een keer confronteert met iets wat je in een flits als waarheid herkent, iemand die geen genoegen neemt met je mooie praatjes, je zelfrechtvaardiging, je smoezen, de eeuwige omstandigheden, alles wat altijd aan een ander of aan wat anders ligt, maar nooit aan jou.

Soms duurt dat jaren. Is het wel tegen je gezegd, maar kon je het niet horen. Was het licht wel rood, maar ging je er aan voorbij. Zo vol, zo bezet, zo gevuld, allemaal tjokvolle mensen rennend van hot naar haar. Wie of wat gaat jou nou wekken? Wanneer word jij wakker? Wat is voor jou, wat was voor jou een wake-up call? Weet je dat nog, draag je dat bij je dat je nog een keer wakker kunt worden?

Dat kan bevrijdend zijn maar ook zeer doen. Daar kun je over wenen. Meer dan een traantje wegpinken. Er van rillen dat je dat zo gedaan hebt en er toen of nu zo mee omgaat. Dat je dat niet beseft hebt, geen benul had wat je aanrichtte, Het zo hebt laten lopen, laten zitten, los gelaten, de tijd verstreek en je die ene stap naar voren maar niet kon zetten.

Wat moet je daar nu mee als je God bent? Zo geduldig en liefdevol als God. Hoe leg je dat bloot, hoe maak je dat behapbaar voor mensen, voor al die klasjes moeilijk lerende mensen en hun hardhorende leerkrachten?  

Door telkens weer het verhaal te laten vertellen van die ene man van Nazareth, een verhaal als een microkosmos, als een spiegel zodat aan het licht komt wat er allemaal speelt en gebeurt met mensen als ze verstaan willen wat leven is.

Door impulsen te geven die tot inzicht en zelfkennis kunnen leiden. Indirecte sturing heet dat. Het wonderlijke gegeven dat er in onze wereld tekens en signalen kunnen worden opgevangen. Wij ineens begrijpen dat er iets van God op ons toekomt, op een kritisch en pijnlijk moment, op een onbewaakt moment van grote klaarheid. Het wonder dus dat de haan kraait èn dat je hem hoort, liefst die eerste keer al.  Maar anders de volgende keer. Want ontwaken zal je, en dit schepsel des Heren zal ‘Kukeleku’ blijven kraaien totdat we allemaal wakker zijn. Amen

Gerke van Hiele


Gebeden

Gij God van ons leven,
Jij die waakt en doet ontwaken
Ons tot leven roept
en tot liefhebben aanzet
niet loslaat; mensen niet los laat.

Voor onze wereld, bidden wij
Met haar blinde vlekken
Haar kloven en haat.
   
Om ogen die open gaan
Om het bouwen van bruggen   
Tussen religies, rassen, geaardheid.

Voor mensen zoals ze zijn,
Vragend, te veeleisend soms,
Schurend en schroevend aan de ander
Die niet genoeg is.
   
Om ruimte voor wat anders is
Voor acceptatie,
zorgzaamheid voor groeiend levensgeluk.  

Voor onszelf, ons eigen leven, zover als we zijn,
Voor wat nog maar net is gaan dagen
Besef nog pril en kwetsbaar.

Om tijd en aandacht,
Dat we steviger worden
stapje voor stapje.

Om oor voor
Het kraaien van de haan
Iedere morgen een kans
Om ons te hernemen
En te leven in uw licht.

In de stilte nomen we de namen
Van hen naar wie ons hart uitgaat.

Amen

Laatste update op ( zondag 28 februari 2010 )