|
22-1-2012 | Over Jezus in de woestijn, n.a.v. Mat 4: 1-11 Komende weken naar Pasen toe staan we stil bij ontmoetingen van Jezus op speciale plekken. We doen dat met speciale aandacht voor het landschap waarin zich een en ander afspeelt. In de woestijn, op de berg, bij de bron etc. Vandaag staat de woestijn centraal. In de bijbel verwijst dit naar leertijd. Van Mozes, Elia, het volk onderweg en ook Jezus wordt verteld van een dergelijke periode van afstand nemen, van stilte en loutering en groeiend zelfinzicht. De woestijn verwijst naar een geestelijke weg, naar ontdekking wie jij ten diepste bent. Naar bestemming en waarachtig leven. Het verhaal gaat dat de Eeuwige te vinden is, maar ook andere stemmen roeren zich. We luisteren eerst naar het evangelie.
Na de doop van Jezus in de Jordaan door Johannes komt er andere tijd. “Woestijntijd’, dat wil zeggen bezinningstijd. Meegevoerd door de geest trekt Jezus de woestijn in. Daar gaat hij vasten. Het je onthouden van voedsel scherpt de geest, helpt je om dichterbij te komen. Beter zicht te krijgen op waar het je werkelijk om gaat. Ik stel me voor: Jezus zit daar in de woestijn, misschien met zijn rug geleund tegen een rotsblok..verspreid in het zand liggen slechts wat stenen. Het is er stil en Jezus heeft alle ruimte om te luisteren naar wat er zich in zijn binnenwereld afspeelt. Veel is er al gebeurd: zijn ouders heeft hij verlaten, de Schriften met hoofd en hart bestudeerd en bediscussieerd.. zoekend naar waarachtigheid. En de God die hij uit de verhalen werd een levende realiteit voor hem. En zo.. gedreven als hij was, werd hij gestuwd tot woorden en daden die groter waren dan hijzelf. Nog kan hij er verbaasd over zijn dat het zo gegaan is. En ja hij heeft gehoor gegeven aan die Stem. Daarna de doop, zijn antwoordde God, hier ben ik God, de jouwe wil ik zijn. Jouw kind, jouw zoon. En God zag dat het goed was. Maar dit is geen einde maar een begin… De geest voerde hem mee naar de woestijn ..‘Een leven in liefde, gericht op God en Goed vraagt veel. Er moest nog wat beproefd worden en Jezus liet zich meevoeren. Daar in de woestijn zou het duidelijk worden wie hij ten diepste is. Of hij, als alles dor en droog is nog steeds ‘ja’ zeggen zou. Daar is niets vanzelfsprekends aan! Een mens is niet onder alle omstandigheden dezelfde; in het krachtenveld van het leven kun je door jezelf verrast worden. Aangenaam en onaangenaam. Wie zal je blijken te zijn als je maag leeg is, en je omgeving slechts uit zand en stenen bestaat , als de geestdrift weggeëbd is, jouw gedrevenheid in honger gesmoord is en de leegte je aanstaart? Blijf jij dan die mens die ‘ja’ tegen God blijft zeggen. Dan komt het erop aan? Dan kom je jezelf tegen. Jezus mag het uitzoeken… Hij moet het zelfs uitzoeken! Want de weg die hij gaan kan wordt hier beslist: in de woestijn. Hoe diep God in hem reikt? In de woestijn zal het blijken. Vastend de stilte opzoeken. Als je dat doet.. het is de vraag wat je dan tegenkomt. Een knorrende maag dus, diepe stilte en stille dieptes, eenzaamheid …een spoor van God. Soms even? En dan weer niet….dan weer is alles is plat, zo plat als de stenen die geen broden zijn en jij wel honger hebt. Hoe doorsta je dat ? hoe houd je dat vol? Niets menselijks is Jezus vreemd. Zijn binnenwereld wordt niet bevolkt door engelachtige gedachten Zijn gemoed verkeerd niet louter in de 7e hemel. Daar in de woestijn dringen zich verschillende stemmen dringen zich aan hem op. Wat stelt je Gods vertrouwen nou eigenlijk voor? Zit je daar op een beetje op een houtje te bijten in de woestijn…wat koop je daar nou eigenlijk voor? Als je nou nog ’s zó gedreven zou zijn door de Geest dat je van de stenen brood kon maken…. Ja dan heb je wat…toch? Maar daar zit jij dan met de honger in je lijf. Jezus schrikt ervan… Schrikken van gedachten die als een duveltje uit een doosje tevoorschijn komen uit je eigen koker …… bedenk ik dat? Zijn referentie kader, de schriften, schieten hem te hulp. ‘De mens leeft niet van brood alleen maar van ieder woord dat klinkt uit de mond van God.’ Even is het stil.. Ja’ beaamt Jezus bij zichzelf …ja, zo is dat ….zo is dat in ieder geval ook! Natuurlijk heb ik brood nodig; ik heb honger maar minstens zo veel en nog dieper waar is dat ik, de liederen, de gebeden de teksten als richtingwijzer . “Ja zo is het”. Dat leren, het je verdiepen, tijd maken om geestelijk te groeien; het kan je van pas komen, ook in barre tijden. En de stem die zojuist splijtend aanwezig was deed er even het zwijgen toe. Even…. Die cynische stem laat zich niet makkelijk de mond snoeren: .. oh de schrift .. zo ken ik er ook wel een paar: in een Psalm staat dat je je rustig naar beneden kunt springen want God zal zijn engelen de opdracht geven je op te vangen. Wat stelt dat geloof van jou nou eigenlijk voor? die God van je kan en doet toch niks; dus kap er toch mee… Deze woorden van psalm 91: “zijn engelen zal hij opdracht geven u om u op handen te dragen opdat je je voet niet zult stoten aan een steen”. De psalmregel komt op uit zijn eigen diepte! Wederom als een duveltje uit een doosje.. Maar hoe gek! Ooit klonken dezelfde woorden hem als muziek in de oren, bemoedigend en troostend. Nu klinkt het anders ……. vals! Verzen zo losgerukt, uit hun bedding van liefde en vertrouwen , want dát is de ziel van psalm 91 waaruit geciteerd wordt, …. zo los gebruikt wordt het potsierlijk , belachelijk. Alles in Jezus kwam in opstand. De oude teksten vragen om tot leven gebracht te worden, en niet om te moorden. Los uit hun context is het stenen voor brood! Voor zijn geestesoog verschijnen andere woorden uit de schrift. Zij klonken nadat het volk Israel God had uitgedaagd door ‘t het maken van een gouden kalf. Deze woorden uit de Thora komen hem te hulp: “Stel de Heer, uw God, niet op de proef”. Dát is wat het volk geleerd heeft: Maak je zelf niet zo belachelijk. Deze oude woorden blijken nu een anker in de woestijn voor Jezus. Zou hij opgelucht adem gehaald hebben toen deze gedachte hem inviel? Of zou hij zich schrap gezet hebben: klaar voor nog meer strijd. ”Alles goed en wel’ zei de stem maar je moet wel weten waar je aan begint. Als jij Jezus, zoals jij bent ‘ja’ tegen God zegt dan zeg je ‘nee’ tegen heel veel andere dingen. Heb je wel in de gaten wat je allemaal laat liggen?? Je bent jong de wereld ligt voor je open. Als jij er voor gaat kun je alles krijgen wat je hartje begeert. Met jouw kwaliteiten zul je het helemaal kunnen maken. Eigendom, rijkdom, macht ……… waarom pak je het niet? het ligt voor het grijpen. Het enige wat je moet doen is God loslaten. Moet te doen zijn toch? Toen was de maat vol. Opeens werden Jezus ogen geopend: dit was de duvel; verleidelijk, slim, duvels dichtbij , spiegelt gouden bergen voor, en in ruil voor zijn gulle gaven wil hij jouw hart. Stenen voor brood dat is het wat hij in werkelijkheid te bieden heeft. Moet je ‘m horen: als je voor mij neervalt. Dat is precies wat hij wil ; Dat ik neerval , zijn prooi wordt willoos . God wil dat ik opsta. Rechtop uit een stuk naar zijn beeld. En Jezus heeft maar twee woorden nodig? Ga weg, ga weg uit mij splijter, bedrieger! Niet aan hoorntjes herken je de duvel en zijn mallemoer. Een duvelse stem herken je om dat hij af sluit, isoleert, eilandjes creëert, chaos maakt, is splijtend aanwezig is, Een duvelstem zaait innerlijke verwarring , speelt mensen tegen elkaar uit, houd je weg van je bestemming! Duvels denken herken je aan splijtgedrag. De stem van Gods geest daarentegen verbindt…. verbindt mensen met zichzelf en met elkaar. maakt heel, Die stem van Gods geest is in jou gezaaid, wil ontkiemen, wil van zich laten horen.. Maar dat gaat niet vanzelf. Jezus moest zeilen bijzetten om niet ten prooi te vallen aan de duvel. En de duvel liet zich kennen als niet voor een gat te vangen, hoe kerkenbaar. Dat duvelse ligt altijd op de loer. Niet voor niets is de duvel op de voorkant van de liturgie als een schaduw verbeeldt. Na Jezus’ woorden “ga weg” tegen het kwaad, kwamen er engelen om voor hem te zorgen. Zo staat het in de tekst. Diezelfde engelen die niet op afroep beschikbaar zijn omringden Jezus liefdevol. God heeft ze vast opdracht gegeven om Jezus op te vangen na zijn tweestrijd. En dat deden ze maar al te graag. Zo zijn engelen. Zo is God. Als wij de moed hebben onszelf eerlijk en open onder ogen te zien. Amen. Corien van Ark Een gebed om stilte Wij bidden U, God, om in onszelf een stem van stilte te mogen horen zodat ons zwijgen zich mag vullen met uw ondoorgrondelijke aanwezigheid. Doorbreek onze woordenstroom onze gedachten die ons beheersen. Maak ons leeg en ontvankelijk Zodat stilte, die sprekender is dan al onze woorden ons in bezit mag nemen. Stem van de stilte, spreek in ons. Laat uit ons wegvloeien alle lawaai van zelfhandhaving en geldingsdrang, van zelfzucht en eigenbelang, Zodat in ons een ruimte zich opent, Waarin de leegte en het zwijgen ons opnieuw leren luisteren naar wat boven onszelf uitgaat. Stem van de stilte, spreek in ons. Dat stilte ons van harte vrijmaakt van de afgoden in onszelf om, open voor uw geboden, te verstaan welke weg zich voor ons opent wat de plats is die we innemen hoe we onze aandacht willen richten en waarvoor we echt willen gaan. Stem van de stilte, spreek in ons. Gerard Zuidberg Uit: Leo Fijen, De reis van je hoofd naar je hart |