|
25 april 2010 | Over bemoediging n.a.v. Lucas 24, het verhaal van de Emmausgangers
Er is altijd weer een weg. Dat is wat Kleopas en Maria onderweg naar Emmaus ontdekken. Te midden van de complexiteit en ongerijmdheid van hun leven, te midden van het onrecht, de tegenslag en de treurnis. Soms ben je het even kwijt, soms ook langer helaas, maar weet dat het weer anders zal worden, ook weer Pasen zal worden in jouw leven. Een nieuw begin ook voor jou, ternauwernood misschien maar toch.
Zo’n begin is doorgaans heel concreet, zo concreet dat je het over het hoofd zou kunnen zien. Het zijn de kleine dingen die tot je kunnen spreken, even aandacht, je mogen uitspreken, het met elkaar delen van verhalen van leven, van brood en wijn. Het leven is concreet. Iemand belt je op, je belt iemand op, je schrijft een brief, je leest een brief. Je geeft een hand, je schudt een hand en je herademt, komt op verhaal, kunt weer verder.
Dat verwijst zou ik zeggen naar een geheim, zo geloof ik, naar het geheim van Gods aanwezigheid in ons leven. Dat is echt een geheim en ik zou dat zo willen laten. Ik ben beducht om dat teveel in te vullen, in mijn broekzak te proppen, het me toe te eigenen.
De Eeuwige hebben we niet in onze broekzak. Wat we soms mogen ervaren is een dragende kracht, een warmte, iets wat oplicht, of open breekt , helder wordt, goed doet, waar je hart weer van gaat branden, het vuur weer oplaait terwijl het bijna was gedoofd. Dat is een geschenk, dat is als een genade.
Hoe moet je zo’n ervaring dan benoemen? Bij welke woorden voel je je thuis? Dat luistert best wel nauw. Woorden kunnen ook vervreemdend werken, afstand scheppen, te concreet zijn of juist te vaag. Hoe zeg je nu zoiets? Hoe geef ik woorden aan wat er in dit verhaal en deze ontmoeting onderweg naar Emmaus gebeurt en wat zich tot op de dag van vandaag voordoet in levens van mensen? 1. Ik had een goed gesprek. 2. Ik voelde me een ton lichter. 3. Ik voelde me opeens verbonden. 4. Het was alsof de Geest op me neerdaalde. 5. Ik voelde de hand van God in mijn rug. 6. Ik voelde de aanwezigheid van Jezus in mijn hart. 7. Ik wist, Hij is in ons midden.
Dat zijn allemaal eigen manieren van zeggen en wat je zo merkt of ontdekt is dat je de ene zin veel gemakkelijker uitspreekt dan de andere. Teveel zegt of juist te weinig, te concreet, of te vaag, te dichtbij, griezelig etc.
Hoe zeg je dat nu goed? Zoiets speelt ook in de Nederlandse vertaling van het prachtige lied uit Iona dat we zo zullen zingen. Het Engels geeft: Jesus Christ, Jesus Christ, here among us. De Nederlandse vertaling luidt: Jezus kom, Jezus kom, in ons midden.
Dat klinkt toch echt anders. Dat komt omdat er een overaccentuering in zit. Sommigen vinden dat juist mooi, anderen toch echt niet. Dat is voor hen teveel Jezus. Stel: Je zit voor je beeldscherm en voor je zie je een icoontje van Jezus. Wat gebeurt er nou als je dit aanklikt? Bij atheïsten loopt de computer vast. Bij een evangelicale gelovige wordt Jezus dan schermvullend. Voor een meer vrijzinnige geest gaat er een nieuw venster open dat verwijst naar God en mensen.
Waar je zelf nou mee uit de voeten kunt, hangt af van je spiritualiteit, van de toonzetting van je ziel. Waar kun jij in wonen, wat opent, wat voedt je veerkracht en helpt je op weg. Dat is de wezenlijke vraag en die is bepalend voor bij welk filiaal van Christus kerk jij je thuis voelt en natuurlijk waar jij je als ouders zo thuis weet dat je besluit om hier je kind met het geheim van God groot te brengen.
Omdat je weet dat geloven een bron is van levenskracht en inzicht, van denken en doen, van rust en reflectie, van hoop op geloof in de liefde, dat je wordt aangereikt. En je erbij bepaald wordt dat er van Godswege altijd weer een weg zal zijn ook voor jouw voeten. Dat een mensenkind mag leren leven in vertrouwen, in verbondenheid, samen vieren, samen leren, samen doen, delen, kleur bekennen, je krachten geven.
Daar ben je nooit te oud en nooit te jong! Voor ons allemaal om te ontdekken, op te diepen en te leren leven. Amen. Gerke van Hiele |