Home arrow Actueel arrow Overdenkingen arrow Petrus - Part 3 over de apostel en zijn missie
Petrus - Part 3 over de apostel en zijn missie PDF Afdrukken E-mail

DG/NPB 11 juli 2010 | Petrus, Part 3 over de apostel en zijn missie n.a.v. Handelingen (10), 11: 1-18

Inleiding over wat vooraf ging

Wat vooraf ging, ik haal het nog even terug, deel 1 en deel 2. Dat er voor Petrus, een part two kwam, dat zal hij inderdaad zelf niet hebben gedacht.  Wat zit er inderdaad nog in na zo’n  lange en zwarte vrijdag, na alle ontkenning en verloochening.  De  haan kraaide, Petrus weent bittere tranen en verdwijnt in de coulissen van het verhaal.

Het is ons vertrouwder om op zoiets afgerekend te worden of een ander af te rekenen. We noemen dat inmiddels een afrekencultuur. Alles wordt genoteerd en in rekening  gebracht, alles krijgt een plek op je cv en kleeft je aan. Lastig om omheen te praten en om in perspectief te zien of te zetten.  

Dit afrekenen staat haaks op het evangelie. Het evangelie reikt aan dat er überhaupt en altijd een deel 2 is. Dat dit voor de apostel Petrus ook nog een buitengewoon invloedrijk deel 2 zal zijn is in wezen onbelangrijk. Dat er een deel 2 is, dat is wat ten diepste telt! Petrus, part two  wil zeggen dat een mensenkind niet afgerekend wordt op zijn fouten en falen, niet afgerekend wordt op zijn verleden en tot niets meer in staat geacht.

Maar er is nog meer over Petrus te zeggen, een deel drie, en vast ook nog een deel 4, maar we tellen nu maar even tot drie. Petrus, part 3 wil nog stil staan bij de bijdrage van Petrus als apostel, stil staan bij zijn werkzaamheid als verkondiger en bruggenbouwer. Ten onrechte wordt hij ook wel gelabeld als de man van de regeltjes, maar dat is toch ook meer aan zijn opvolgers te danken of te wijten, kruist u zelf maar even aan wat u van toepassing vindt!  Petrus is niet zomaar aansprakelijk voor de in later eeuwen  groeiende macht van de bisschop van Rome, dit gaat maar zeer ten dele terug op Petrus zelf.  Hij is de man van de orde en de structuur en de regeltjes, maar er is wel degelijk meer. We zien hem hier vanochtend als bruggenbouwer die in de kracht van de Geest de brug slaat naar de mensen uit de volkeren, de niet joden. Dit is de opening die uiteindelijk zou maken dat deze joods-christelijke sekte kon uitgroeien tot een wereldgodsdienst en zelfs de lage landen aan de zee bereiken.

Lezing Handelingen (10), 11: 1-18.

Overdenking

Het lijkt er op dat Petrus gegroeid is in zelfkennis en beschikbaarheid. Er is ruimte gekomen en wel in diverse opzichten. Hij valt niet meer samen met zijn verleden, met wat hij deed of liet, begreep of niet begreep. Hij is gaan begrijpen,  de andere kant leren zien. Met andere ogen leren kijken, minder vervuld van zichzelf  en met meer oog voor de ander. Gaandeweg kun je vrijer worden, minder ik en meer zichzelf, meer beschikbaar, meer handelbaar, meer bruikbaar op die ene Koninklijke weg…

Voor Petrus is er zogezegd een tweede leven. Ik vermoed dat hij dit zij hele leven met zich mee gedragen heeft. Die kostbare notie van het onvanzelfsprekende van een  tweede leven met nieuwe kansen en mogelijkheden. Dat is een geschenk een genade, iets om te  ontvangen en ook om zelf doorgeven. Het is hem gaandeweg gaan dagen hoe ver dit zou strekken, hoe inclusief dit visioen was, ten diepste voor allen, over alle scheidslijnen en muren heen. Joden en christenen, mannen en vrouwen , slaven en vrijen. Het is deze kwetsbare en kostbare humaniteit van Christus die ons allen bindt, dat is het laatste en tenslotte het enige dat telt.  Dit maakt ons allen tot mensen van God, tot kinderen van één Vader, zoals het oude zondagschoolliedje ons terecht heeft voorgehouden! Weet u nog hoe het gaat?

Kind’ren van één Vader,
Reikt elkaar de hand;
Waar wij mogen wonen,
In wat streek of land,
Hoe wij mogen spreken
In wat tong of taal,
Kind’ren van één Vader
zijn wij allemaal
(t. J.F.D.Mossel en melodie van Cath. Van Rennes

Later ooit nog iemand een tweede coupletje bij gemaakt
Kind’ren van één Vader,
onder zon en maan,
allen die hier leven,
mogen zij bestaan
zonder angst of zorgen
en verdriet of pijn,
laat toch ied're morgen
vol van vrede zijn.
(t. Annemieke van der Meiden)

Petrus had dit lied wel mooi gevonden, vermoed ik zo. Petrus was een  bruggenbouwer, een pontifex maximus, deze apostel, d.i. gezondene.  Hij is een van de twaalf  die het verhaal doorvertelde, die er op voortbouwde, nieuwe wegen vond in de kracht van de Geest en in het spoor van de liefde, om die te leven, op leven en dood.  Niets anders deed er meer toe.

Natuurlijk heeft het hem het leven gekost. Deze vurige , toegewijde, impulsieve en onstuimige man. Hij is het die Cornelius doopt, de eerste niet-jood die toe zou treden tot de gemeente van Christus zonder dat deze bekeerling de verplichtingen van de joodse wet werden opgelegd. De eerste dus die niet jood hoefde te worden om christen te kunnen zijn. Dat was een enorme doorbraak die wordt bevestigd in de eerste synode van apostelen en oudsten circa 48 na Chr. In Jeruzalem. De boodschap van de onvoorwaardelijke liefde zou daarmee de wereld ingaan.

Volgens de legende kwam hij na jarenlange werkzaamheid op zijn vlucht uit Rome nogmaals Jezus tegen. Petrus stelt hem de beroemde vraag Quo vadis, domine? Heer, waarheen en met Hem keert hij terug naar het Rome van keizer Nero ( 54-68) om er te sterven. Op zijn verzoek – volgens de legende – wordt hij in de volle overtuiging zijn meester onwaardig te zijn met zijn hoofd naar beneden gekruisigd. Ook zijn dochter Petranilla is de marteldood gestorven. Alle Petra’s en Petronella’s heten nog naar haar.

Ik heb die kruisiging op zijn kop altijd schokkend en veelzeggend gevonden. Niet masochistisch en het lijdend verheerlijkend, maar vooral zijn plaats weten, besef van wat hem niet toekomt. Hij zou zichzelf nooit plaatsvervanger van Christus (vicarius Christi) op aarde hebben genoemd zoals de latere pausen wel hebben gedaan. Het morele gezag werd uitgebreid tot leergezag en juridisch gezag. Als protestant kun je een dergelijke machtspolitiek en centralisme  alleen maar betreuren.  Petrus en Palus worden samen voor christelijk Rome de opvolgers van Romulus en Remus.

Ook Petrus is uiteindelijk de hemel in geprezen en wordt hij tot op de dag van vandaag als hemelse deurbewaarders vereerd. Vandaag zou ik willen eindigen met die oude vraag van Petrus. Een mooie vraag voor de vakantie:  ‘Quo Vadis?’ Waar ga je heen, O, where are you going? (lied uit de traditie van Iona)   Het is van de drie kernvragen van de bijbel. Adam, waar ben je, waar is je broer. En dan deze: Waar ga je heen? Waar wijs je naar? Wat is je weg, wat je bestemming, waar leg jij  je op toe, waar ga je voor,  welke bruggen bouw jij, waar verbind jij je mee? Wat heeft je liefde en mag je wat kosten?

Geloven is een weg, een gave, maar ook l, en ik citeer Karen Armstrong: een vorm van kunst en de inspanning om in jouw, in onze context  je weg gaan tot je laatste ademtocht.

Liefde leven op leven en dood. Daar niet voor weg lopen, weten van de hoogte en de diepte, het zoet en het zuur, je plaats weten en wat werkelijk kostbaar is  niet uit je handen laten vallen. In dit spoor blijven vragen naar de weg van God, naar de weg van zijn liefde in deze wereld en of elke dag opnieuw kiezen om  daar in mee te gaan.

Het is de weg van het verlangen, naar leven dat opgeroepen wordt door die aloude vraag Quo vadis.  En ga dahn met God op weg,  vaya con dios en Adieu en weet je gezegend waar je ook woont en wat voor taal je spreekt als een van die kind’ren van één Vader en bouw een brug en reik elkaar de hand. Amen

Gerke van Hiele

Gebeden

Wij danken u, God,
Gij die opklinkt over grenzen heen
Als  stille stem in ons hart,
appèl aan ons leven en samenleven,
Als lokroep om recht en vrede,
We danken U dat Gij om antwoord vraagt
Dat het niet stil is, de kosmos wel zwijgt
Maar Gij, Onuitsprekelijke de stilte doet spreken

We bidden u voor onze wereld, met haar herrie en kabaal
Het geschreeuw en gedoe om niks
Om woorden van waarheid
Om woorden die richting geven,
Verbinding maken, goed doen.

Voor mensen in de hectiek van hun leven,
 opgeslokt, bezet en ingepakt
dat ze durven leven met een luisterend oor,
stil staan bij wat er met hen gebeurt,
wie tot hen spreekt, wat Gij hen zegt.

Voor onszelf, ons eigen leven
Wat we nog steeds niet snappen,
Niet binnenkomt, niet wordt gehoord.
Om ruimte, om bruggen,
om sprongkracht over kloven heen.

dat we beseffen hoe uw licht op ons leven valt
en wij weer weten dat Gij met ons gaat,
Gij onuitsprekelijke, geheim van de wereld,
Verweven met al wat leeft en adem heeft.

In de stilte openen we ons hart,
voor U en voor hen
die ons aan het hart gaan. Amen
Laatste update op ( zondag 11 juli 2010 )