|
DG/NPB-Pinksterviering 23 mei 2010 | Spraakverwarring en herkenning n.a.v. de toren van Babel en het pinksterverhaal van Handelingen 2 De Babylonische spraakverwarring Ik neem jullie even mee terug naar de startdienst, naar het oerverhaal van de toren van Babel en de Babylonische spraakverwarring. In de christelijke uitleg van het O.T. werd vaak een verband gelegd tussen de verwarring van toen en het pinksterwonder van de Geest die maakte dat alle mensen elkaar gingen verstaan, ieder in eigen taal. Eerst kregen de mensen straf en nu komt het toch weer goed. Dat is helaas een veel voorkomend christelijk denkschema.
We ontdekten echter dat in het verhaal van de toren van Babel niet om straf ging, er is ook een ecologische lezing van dit verhaal mogelijk met andere accenten. Die ene bleke toren was de Eeuwige dan teveel van het goede. Hij staat voor een samengeklonterde wijze van leven en eigenlijk haaks op wat God voor ogen stond en staat: een bewoonde en bewoonbare aarde.
God ziet het bij wijze van spreken daar beneden rond dat torentje weer vast lopen. Dat was niet zijn bedoeling. Niet allemaal knus bij elkaar, maar uitwaaieren en in beweging komen. Daartoe zaait God heilzame verwarring en wordt het project mensheid dat weer eens in de modder dreigt te zakken, vlot getrokken en er ontstaat ruimte, kleur en eigenheid voor alles wat leeft. Alles bekent kleur zou je kunnen zeggen, ook wij, het was ons jaarthema .
Heerlijk, prachtig, kleurrijk, meerstemmig en geen koekoek één zang. Er is ruimte voor diversiteit, voor het anders zijn van mensen, dieren, plantjes in een onvoorstelbare variatie. Het is de essentie van de schepping. Een enorme rijkdom aan leven, kleuren, landschap, volken en culturen.
En tegelijk. Allemaal prachtig, maar het is ook heftig en complex die verscheidenheid in een wereld die zo snel verandert. Dat moeten we met elkaar onder ogen zien. Leren leven met verschil. Misschien is juist daar de bijbel wel voor geschreven. Voor het leren omgaan met de ander die zo anders is. Daar moeten we met elkaar een weg in vinden. Om ons te oefenen in communicatie, in luisteren en spreken, uitwisseling en ontmoeting.
Want zo zou je je kunnen afvragen. Hoe komt die bedoelde verscheidenheid nu weer bij elkaar? Hoe leren mensen elkaar opnieuw verstaan? Dan zijn we in de buurt van het Pinksterverhaal want er is in onze wereld ook een andere beweging gaande sinds het begin. Dat is die van de werkzaamheid van de Geest en waar Zij waait komen mensen opnieuw tot verstaan. En is er soms onverwacht en ongedacht ruimte voor verbondenheid en opnieuw tot elkaar komen de spraakverwarring voorbij.
Overdenking
Er kan wat gebeuren tussen mensen. Te midden van al die kleurrijke eigenheid van Parten, Meden en Elamieten, al die mensen uit Frygië en Pamfylië, uit Friesland en polderland, Wageningen en omstreken. Ondanks alle culturele vanzelfsprekendheden, blinde vlekken, de haat soms en de nijd.
Soms is dat gewoon een wonder. In een ontmoeting ontstaat iets nieuws, wat we niet van tevoren hadden bedacht. Dat is een wonderlijk iets. Soms gebeurt er wat en brengen woorden ineens wat teweeg. En er valt licht op je weg, je voelt weer grond onder je voeten en je weet hoe je verder moet.
Dat zoiets gebeurt, je overkomt, dat is een mysterie, daar heb je geen greep op. De bijbel noemt dat gebeuren Geest, dat er in het heen en weer tussen mensen iets nieuws ontstaat. Spirit noemen wij dat, inspiratie, we voelen een tinteling. Soms waait het in zo’n verhaal, in je leven, in een ontmoeting. Dat is eigenlijk allemaal Pinksteren, het waaien van de Geest.
Daar hebben we denk ik , hoop ik allemaal ervaring mee al benoemen we dat vaak niet zo. Dat is onze verlegenheid natuurlijk, dat we de Geest zo ver af en zo vaag laten, terwijl het zo concreet is! Gebeurt voor onze ogen. Tussen ons in.
Waar kun je dan aan denken? Een woordenwisseling die tot een gesprek voert waarin je samen tot een oplossing komt. Die momenten dat je voelt dat je nader tot elkaar komt. Die momenten dat je in die ontmoeting met de ander die zo anders is en blijft, het zo heen en weer gaat tussen jullie dat er op een diepere laag nieuwe verbindingen ontstaan.
Soms lukt dat ook helemaal niet. Daar kunnen we helaas allemaal over mee praten. Dat er niks gebeurt tussen mensen of alleen destructieve dingen waar het alleen maar erger van wordt. Alleen maar meer vervreemding en bevreemding. Geen ruimte, muurvast! Hoe kan dat toch? Daar kunnen we ons over verbazen maar ook een tijd verdrietig van zijn en elkaar zelfs kwijt raken.
Ooit schreef de theoloog en therapeut Jacques Suurmond over wat hij de ‘tussenruimte’ noemde. Dat vond ik verhelderend en heb ik onthouden. Je komt alleen nader tot elkaar wanneer er tussenruimte is. Soms is die er niet, dat is net wat er ook mis is in die opeengepakte kleurloze massa mensen in de toren van Babel. Allemaal boven op elkaar, op een gepakt en geplakt. Zonder die noodzakelijke tussenruimte.
Die ‘tussenruimte’ heeft te maken met besef van de andersheid van de ander en met het besef van de beperktheid van je eigen mens zijn. Zo is er iets als speling. Wanneer de ander niet de ander mag zijn verdwijnt die speling. Als jij helemaal vol bent van jezelf, opgeblazen noemen we dat, dan vul je a.h.w. die ‘tussenruimte’ en verdwijnt die speling evenzeer.
Wij hebben die speling nodig. Die niet dichtgetimmerde tussenruimte. En sterker nog God zelf heeft die speling nodig. De Eeuwige volgens het scheppingsverhaal schept die ruimte, iedere dag opnieuw. In die tussenruimte beweegt zich de Geest. Dat is een beeld natuurlijk om dat creatieve heen en weer aan te duiden waarin iets nieuws kan gebeuren. De duif of beter nog de wilde gans (!), drukt juist die beweeglijkheid, dat heen en weer uit. De mogelijkheid van beweging, speling voor God die zo iets nieuws schept.
Die ‘tussenruimte’ geldt voor relaties van mensen, maar ook voor elk creatief proces. Er boven op zitten levert weinig op. Je moet ook weer een stapje terug doen, even loslaten, even laten liggen, wat anders doen, een nachtje er over slapen, dan gaat het ineens vanzelf en komt er wat op papier. Soms levert juist een losse opmerking van iemand het meeste op.
We hebben dit niet in de hand, we kunnen alleen ons best doen om die ‘tussenruimte’ te bewaren. Daar om bidden, je innerlijk voor openen. Om dat besef niet te verliezen, niet te verkrampen, te fixeren, vast te bijten in je eigen gelijk of wat er voor door gaat, maar dat welbeschouwd ook maar een manier is om tegen iets aan te kijken. Het is altijd ook anders en gezegend ben je als je dit niet uit het oog verliest.
Op die eerste Pinksterdag is er die ruimte te midden van al die pelgrims in Jeruzalem. Er is verscheidenheid gegroeid, eigenheid, cultuur, individualiteit, en religie. Mensen hebben in hun geschiedenis een naam gekregen en een gezicht. Ze zijn op weg gegaan en onderweg zich ook bewust geworden van deze andere beweging van de Geest die bezieling wekt en verbondenheid schenkt. Over grenzen heen.
De gave van de Geest is er voor iedereen, voor alle mensen. Ons democratisch ideaal is geboren op deze eerste Pinksterdag. Iedereen mag er in zijn eigenheid zijn, en heeft in principe zelf iets wezenlijks bij te dragen als medeburger in gemeente en samenleving. Dankzij die gave kan er tussen mensen iets vonken, overspringen, eensgezindheid groeien, en is er telkens ook weer ruimte om kleur te bekennen, je krachten te geven en elkaar te ontdekken als zusters en broeders, als mensen van God. Geraakt door de vonken die overspringen telkens weer in die ruimte tussen mensen. Daar woont God en wekt de Geest nieuw leven.
Gerke van Hiele
Gebeden
Wij danken u God, Gij Adem van leven, Zwevend boven het water sinds het begin. Gij die leven wekt, ruimte schept, De ziel van alles wat leeft, Gij die vonken van glans en licht Uitstrooit over onze wereld Werkzaam, aanwezig, Als de wind in de bomen.
Wij bidden voor onze wereld Met haar grote gelijk en grote mond De strakheid van strategie en beleid De druk van tijd en dwang van targets.
Om ruimte voor mensen Om oog voor wat verbindt Om hart voor verschil
Wij bidden voor mensen Zij die kwetsbaar zijn, zich terugtrekken zij die gevangen zijn in zichzelf, gepantserd in hun gelijk en ingenomen posities
Om nieuwe ruimte Om ontspanning, een opening Een andere kijk.
Wij bidden voor onszelf Op deze plaats en in deze gemeenschap Met onze butsen en kwetsuren
Dat wat ons pijn doet en diep raakt Dat waar we verdriet van hebben Dat wat we uit handen moeten geven.
Dat we durven gaan staan op de wind En met elkaar de helende kracht mogen ervaren die van U uitgaat, God Geest van leven, liefde, en hoop. Amen |