|
Vroeger ging je naar de kerk. En met gemengde gevoelens kijk je daar op terug. Je hebt herinneringen waar woorden als "geborgenheid" en "betrokkenheid" en "richting" op van toepassing zijn. Maar er zijn ook andere, donkere, beklemmende herinneringen. Inmiddels heb je zelf een jong kind of misschien al meer kinderen en je vraagt je wel eens af wat je hem of haar mee zal geven, ook op levensbeschouwelijk gebied. Kerkganger ben je eigenlijk niet meer. Toch zou je jezelf gelovig willen noemen. Maar die plek waar je andere mensen ontmoet die vanuit hun geloof zich betrokken voelen op elkaar en de wereld, heb je nog niet gevonden. |
|
|
|
|